Publicaties
‘Ik staar naar de tulpen en kazen op de muur’
0 Reacties
Vanaf de zijlijn
literatuur

‘Ik staar naar de tulpen en kazen op de muur’

‘Vanaf de zijlijn’, de column van Thomas Heerma van Voss

In Vanaf de zijlijn beschrijft Thomas Heerma van Voss wat er gebeurt als een auteur zijn schrijfkamer verlaat. Er is een Holland Festival in Karlsruhe. ‘Ik staar naar de tulpen en kazen op de muur.’

“Are you here for the Holland festival?”

In de hotellobby in Karlsruhe word ik opgewacht door een man van midden vijftig. Vriendelijke glimlach, rimpels rondom de ogen, zijn plompe bovenlijf gehuld in het soort wollen lubbertrui dat mijn vader weleens draagt als hij zeker weet dat hij de deur niet uitgaat.

Ik knik. Kort, betrapt. Tegen beter weten in had ik gehoopt dat ik hier nog even tijd voor mezelf zou hebben, dat ik de treinrit van de afgelopen uren van me kon afspoelen onder de douche, dat ik eindelijk iets zou eten. Maar ik ben al aan de late kant, en meteen wordt duidelijk dat deze man me niet zal loslaten. “You can come with me”, zegt hij in zijn gebroken Engels, “all the other authors are already here.”

Ik leg mijn bagage op mijn kamer en enkele minuten later loop ik hem al achterna, door een ijskoude stad die ik niet ken, met mijn eigen vertaalde boek Stern geht onder de arm.

Optreden in het buitenland. Het klinkt voornaam, misschien is het dat ook wel. Vrienden kijken me nog vaak met verbaasde jaloezie aan wanneer ik vertel over een dergelijk tripje, in mijn geval altijd naar Duitsland. Ik reis gratis naar plaatsen waar ik anders nooit zou komen. Ik mag daar vertellen over mijn werk en ik krijg er nog voor betaald ook. Rödelheim, Frankfurt, Bergen, Düsseldorf, Stuttgart, nog enkele idyllische dorpjes en steden waarvan ik de naam alweer vergeten ben – om mij nog steeds niet helemaal duidelijke redenen ben ik er sinds mijn eerste Duitse vertaling verscheen welkom geheten, voor een signeersessie, een interview, een voordracht. Soms is het leeg, soms is het tamelijk vol, maar nooit heb ik me helemaal aan de vraag kunnen onttrekken: waarom word uitgerekend ik hiervoor gevraagd, is er niemand anders die jullie konden strikken?

Waarom word ik hiervoor gevraagd, is er niemand anders die jullie konden strikken?

Vandaag staat een evenement gepland in de bibliotheek van Karlsruhe. De lubbertrui leidt me erheen alsof ik ieder moment kan weglopen, hij loopt praktisch tegen me aan, legt bij een kruispunt zelfs een enigszins dwingende hand op mijn schouder.

Samen met drie andere Nederlandse auteurs treed ik vanavond op. Ze zitten al klaar in de gigantische kantine, achter een pietepeuterige tafel en naast een speciaal hiervoor opgetuigde boekenstand. Wat we met elkaar delen is me onduidelijk. Ik ken ze alle drie niet eens van naam en aan hun blik te oordelen hebben ze ook nog nooit van mij gehoord. Slechts één van hen stapt op me af, een kalende man die, zo blijkt later op de avond, experimentele thrillers schrijft. Hij begroet me niet en stelt zich ook niet voor, hij vraagt alleen in stroperig Duits waar de consumptiebonnen gehaald kunnen worden.

Alle clichés over Nederland

Pas als ik ook op het podium plaatsneem, voor tientallen rijen houten stoelen, zie ik dat de kantine versierd is. Overal hangen posters en prenten aan de muur, zelfs de bar waarachter twee zoemende koffieautomaten staan zijn bedekt: tulpen, kazen, molens, grachten, alle clichés over Nederland worden in een paar vierkante meter afgedrukt, al die beelden die neem ik aan elke schrijver wil vermijden.

Ook hangen er honderden Nederlandse vlaggetjes aan de muur, de ruimte oogt alsof er een cruciale wedstrijd van het Nederlands elftal gekeken gaat worden.

Ik vraag me af hoe veel subsidiegeld hierheen is gegaan

Het blijkt allemaal onderdeel van een expositie die in totaal vijf weken duurt en als doel heeft de Nederlandse cultuur internationaal gezien te bevorderen. Ik vraag me af hoe veel subsidiegeld hierheen is gegaan, wie dat heeft besloten. Of iemand controleert wat er met dat geld gebeurt.

De lubbertrui dringt aan op een soundcheck. Niemand begrijpt waarom, maar we lezen allemaal braaf een door de bibliotheek geselecteerd fragment voor. In het Duits uiteraard, waardoor ik maar half meekrijg waar de anderen het over hebben. Iets over een uitgebreid DNA-onderzoek bij de ene auteur, de kalende man begint in halve dichtvorm een moord te beschrijven.

Tijd om te eten blijkt er door een planningsfout niet meer te zijn, plots gaan de deuren open en begint het programma.

Vermoeiende, welwillende gezichten

Er komen niet eens zo weinig mensen als ik vreesde. Terwijl een van de collega’s voorleest, gevolgd door een acteur en een lokale volkszanger die in onverstaanbaar Duits bijna iedereen aan het lachen krijgt, probeer ik mijn honger te negeren en kijk naar het publiek. Voornamelijk vrouwen. Gele tanden. Vermoeiende, welwillende gezichten. Een ingevallen man die twee enorme honden heeft meegenomen. Bij elke aanwezige vraag ik me af: hoe is die hier in hemelsnaam beland? Familie van de lubbertrui? Hebben de mensen hier bovenmatige interesse in Nederland, waarom betalen ze tien euro voor een rits auteurs die ze amper kunnen kennen?

Mijn eigen voordracht komt niet helemaal van de grond, mijn soundcheck was beter; ik struikel over de Duitse woordjes ook al heb ik ze al veel vaker gelezen en in de trein nog geoefend. De acteur die mijn tekst vervolgens declameert – van gewoon lezen is geen sprake, hij gaat er zelfs bij staan – houdt zeker twintig minuten het woord. Als hij eenmaal klaar is, is mijn honger niet meer te houden, mijn maag maakt ook onaangename geluiden. In de pauze loop ik naar de kantine toe, maar die gaat gek genoeg net dicht. Ik staar naar de tulpen en kazen op de muur. Dan, in een impuls, zeg ik tegen de lubbertrui dat ik me niet goed voel. Of het goed is als ik alvast naar de hotelkamer ga, aangezien ik toch klaar ben?

Bij elke aanwezige vraag ik me af: hoe is die hier in hemelsnaam beland?

Hij kijkt me aan alsof hij dit allang zag aankomen. “Du siehst krank aus.” Uit zijn broekzak haalt hij een envelop, die hij zonder terughoudendheid in mijn hand drukt: mijn honorarium voor vanavond. Dan richt hij zich tot twee collegaschrijver van wie ik zeker weet dat ik ze hierna nooit meer zal zien. “Es geht ihm nicht gut.”

Ik wil het niet meteen bagatelliseren, het idee van mijn hotelkamer komt me opeens ontzettend aanlokkelijk voor, dus houd ik het bij een knikje.

Bij de uitgang stapt een naar wijn ruikende vrouw op me af. Ze spreekt Nederlands en zegt dat ze genoot van mijn voordracht. ‘Ik ga alles van je lezen.’ Als ik buiten sta, zie ik haar door het glas naar de boekenstand lopen. Ze koopt een roman van iemand anders.

Vanaf de zijlijn

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische betaling. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be