Publicaties
Bannen, behouden of bewerken: wat doen we met foute boeken?
2 Reacties
Voor abonnees
maatschappij

Bannen, behouden of bewerken: wat doen we met foute boeken?

Het oordeel “fout” is hopeloos tijd- en cultuurgebonden, het verleden een ander land. Mogen we om die reden niet aan oude teksten raken? Toch wel. En zeker in het geval van kinderboeken. Want het geschreven woord is een ideaal instrument om verderfelijke ideologieën in prille breinen te planten, zo laat de prikkelende tentoonstelling Foute boeken? in Huis van het Boek (Den Haag) zien.

Verder lezen?

Dit is een artikel waarvoor je moet betalen. Koop dit artikel of neem een abonnement om toegang te hebben tot alle verhalen van de lage landen.

€4/maand

€40/jaar

Tomas Vanheste

Beste Jef Van Staeyen, veel dank voor uw mooie, persoonlijke reactie op mijn stuk over 'Foute boeken'. Ik geloof niet dat er zoveel licht tussen uw opvattingen en de mijne zit. Ook ik onderschrijf dat we boeken in hun historische context moeten lezen. Als u optekent 'Laten we Jip en Janneke in hun tijdsgeest zien', dan kan ik dat alleen maar beamen. Ik herinner aan deze passage: Doornaert heeft natuurlijk alle gelijk van de wereld dat het geen zin heeft historische personages en kunstwerken langs de hedendaagse morele meetlat te leggen. Dat we ze moeten lezen in de context van hun tijd. Dat we moeten vertrouwen op het vermogen van de lezer zich kritisch te verhouden tot de hem of haar voorgeschotelde tekst. Dat het doodzonde is literaire meesterwerken naar de prullenbak te verwijzen of te kuisen omdat ze niet aan onze hedendaagse maatstaven voldoen.'

Net als u vind ik het van het hoogste belang dat we volwassenen en kinderen de vaardigheid bijbrengen om literaire werken in de context van hun tijd te plaatsen. En vanzelfsprekend ben ik het ook met u eens dat we boeken die aanzetten tot jodenhaat niet op hetzelfde niveau moeten plaatsen als Jip en Janneke.

Waar ik minder zeker van ben, is dat deze inzichten tot een absoluut verbod leiden op het herschrijven van teksten. U constateert zelf dat u Martine of Tiny niet meer cadeau zou doen. Zou het niet zonde zijn als Jip en Janneke hetzelfde lot is beschoren? Het is, zoals ik schrijf, een delicate evenwichtsoefening. Naar hoe de uitgeverij die oefening heeft gemaakt, kijk ik met gemengde gevoelens. Toch denk ik dat de herschreven versie het werk toegankelijker heeft gemaakt voor de jonge lezertjes. En al blijft het in mijn ogen een dubieus werk, het is alvast winst dat er geen 'nikkertje' meer in het Jommeke-album staat. Natuurlijk moet je kinderen leren te contextualiseren, maar feit is ook dat jonge kinderen dat nog maar in beperkte mate kunnen en dat boeken, zoals de tentoonstelling toont, een ideaal instrument kunnen zijn om stereotypen in kinderhoofden te planten.

Nu ja, naar mijn overtuiging is het, en dat wilde ik overbrengen, een complex debat met vele grijstinten waarin absolute stellingnames geen stand houden.

JefVanStaeyen

beste Tomas Vanheste,

Enkele maanden geleden struinde ik door de kinderboeken in de Rijselse oude-boeken-markt, onder de gewelven van het mooie beursgebouw.
Niet veel later zou ik grootvader worden, en dan kijk je wel 's vooruit. Een boek voor een zuigeling is vér vooruit, maar voor ouders en grootouders kan het met de groei en evolutie van kleine kinderen soms niet snel genoeg gaan — we kijken al uit naar de dag dat ze praten, of dat we ze meenemen op de trein of voor een wandeling in de natuur —, en wanneer die kinderen dan veel te snel groot zijn geworden, hebben we spijt dat het allemaal ook veel te snel verleden is. Wanneer je als (toekomstige) grootouder oude kinderboeken zoekt, komt er bovendien wat nostalgie bij kijken, naar je eigen kinderen, en misschien zelfs naar je eigen kindertijd. 
Zo bladerde ik door oude exemplaren van "Martine". "Tiny" in het Nederlands. Ik keek naar de plaatjes en las wat er te lezen stond. Lang heeft dat niet geduurd. Ik heb het allemaal weer neergelegd. Nee, dát zou ik zeker niet meer geven. [Al ben ik als Rijselnaar wel bijzonder gevoelig voor "Martine au Parc" (1967), waarin je meermaals het prachtige Parc Barbieux van Roubaix herkent. Ook ik heb daar gewandeld, ook mijn kinderen hebben daar gespeeld.]

"Martine" (Gilbert Delahaye en Marcel Marlier, bij Casterman, vanaf 1954) was een tijdgenoot van "Jip en Janneke" (Annie M.G. Schmidt en Fiep Westendorp, in Het Parool, vanaf 1952), maar die laatsten zijn er wel veel vroeger mee gestopt (1960, tegenover 2014). En, alles goed en wel beschouwd, was het voorbeeldige meisje "Martine" zelfs in 1954 al "ringard", zoals de Fransen zeggen — met een begrip dat intussen ook zelf al "ringard" geworden is — ouwerwets, wat van "Jip en Janneke" niet kan worden gezegd. Terloops wil ik ook even vermelden dat het vrouw-man-rollenpatroon van Jip en Janneke, dat vandaag terecht bestreden wordt, in de eerste helft van de vorige eeuw, tot en met de jaren '50, als een belangrijke sociale verworvenheid werd beschouwd. Wanneer mannen genoeg loon ontvingen om een gezin te onderhouden, moesten de vrouwen niet meer buitenhuis gaan werken, en konden de arbeiders- en bedienden-gezinnen het leefpatroon van de burgerij overnemen, waarin vrouwen ook nooit buitenhuis hebben gewerkt. Het hield wel in dat die arbeiders- en bedienden-vrouwen, daarin geholpen door een toenemend materieel comfort, zoals wasmachines en snelkookpannen, zelf het werk uitvoerden waarvoor de burgerij altijd huispersoneel had gehad, en buiten een groot deel van het maatschappelijk leven werden gezet. Zo zie je maar dat wat de ene tijd als sociale vooruitgang beschouwt, de andere als verwerpelijk verstoot. En misschien komt er ook een dag waarop de huidige voltijdse jobs van de twee- of eenoudergezinnen en de daarbij horende stress in vraag worden gesteld.

Laten we "Jip en Janneke" in hun tijdsgeest zien.
En ook — dit is een verwijzing naar uw tekst — het opdringen van een man-vrouw-rollenpatroon ("Jip en Janneke") is toch wat anders dan het doden van Joden ("Levi de boekenjood", of "Van een Jodenjongetje"). 

* * *

Ik heb hier een dik boek (in Franse versie), dat vele andere mensen ook hebben staan of liggen, en zelfs lezen, maar dat in uw artikel niet wordt vermeld, en wellicht ook in de tentoonstelling "Foute boeken" in Den Haag afwezig was. Een boek waarbij immense vragen rijzen, in vergelijking waarmee de vragen omtrent "Jip en Janneke", "Uncle Tom's Cabine" of Shakespeare's theaterteksten maar nootjes zijn. Dat boek wordt vaak "de Bijbel" genoemd, maar heeft ook andere namen, en het is in feite een verzamelbundel van heel diverse verhalen en teksten, door uiteenlopende auteurs in uiteenlopende talen geschreven of opgetekend, en waarvan sommige al eeuwenlang van mens tot mens werden doorverteld, vooraleer ze, nu ook al enige millennia geleden, in dat dikke boek werden opgenomen. Er bestaat trouwens nogal wat onenigheid over de juiste omvang van het boek — welke verhalen of teksten wel, en welke niet —, een onenigheid die niet alleen met woorden maar vaak ook met wapens wordt beslecht. Er is allicht geen enkel boek in de wereldgeschiedenis dat tot zoveel geweld, onderdrukking en moorden heeft geleid als het boek dat "Bijbel" wordt genoemd. Overigens, niet alleen het gebruik, ook de inhoud van het boek is vaak afgrijselijk — de literaire kwaliteit staat buiten kijf. Denk bijvoorbeeld, het verhaal is bekend, aan die man die zijn zoon gaat vermoorden omdat hij denkt dat zijn god hem dat vraagt, en die daarmee pas stopt wanneer diezelfde god hem zegt dat het niet meer nodig is. Uit eigen moreel besef is hij daartoe niet in staat !
Toch staat dat foute boek hier vreedzaam in mijn boekenrek (door alfabetisch toeval net naast "Les deux sources de la morale et de la religion" van Henri Bergson), zoals het ook in vele huizen, hotelkamers, bibliotheken en boekenwinkels staat of ligt. En wordt er ook vaak uit voorgelezen, voor volwassenen én voor kinderen. Zelf heb ik in mijn jonge jaren veel van die verhalen aanhoord, en werd ik op school beoordeeld op mijn goede kennis ervan.
Vraag is dus : wat doen we met zo'n fout boek, eenmaal we "Jip en Janneke", "Uncle Tom's Cabine" en Shakespeare's werken hebben herschreven, of ze in kasten hebben opgesloten waarvan we de sleutels in de grachten hebben gegooid ? Zullen we dat boek herschrijven ? Knippen we er grote stukken uit, waarna er misschien nog een dun schriftje overblijft ? Sluiten we het op ? Laten we aan enkele deskundigen de taak het in onze naam te lezen ? [Nee, vooral dat laatste niet. Het is in het verleden immers al te vaak gebeurd, en leidde alleen tot nog meer miserie.] Of vertellen we de mensen (en de kinderen ?) dat je dat boek en de verhalen die het bevat vooral niet te letterlijk mag nemen, dat je het in zijn tijdsgeest moet plaatsen, en dat we vandaag, gelukkig maar, op veel punten tot betere inzichten zijn gekomen.
En, eenmaal we dat hebben gedaan, eenmaal we "de Bijbel "op die manier kunnen lezen, misschien kunnen we dat dan ook voor "Jip en Janneke" doen. En voor "Uncle Tom's Cabine", en voor Shakespeare. Heel moeilijk kan dat niet zijn.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.