Publicaties
Anderen doen ook maar wat
0 Reacties
© pixabay
© pixabay © pixabay
Vanaf de zijlijn
literatuur

Anderen doen ook maar wat

In Vanaf de zijlijn beschrijft Thomas Heerma van Voss wat er gebeurt als een auteur zijn schrijfkamer verlaat.

Een paar dingen heb ik moeten leren. Schrijven, om te beginnen. De fysieke handeling, toen ik verplicht werd sierlijke krulletters over te tekenen in mijn schrift, tijdens groep 1 en 2 van de Amsterdamse Montessorischool. Ik was een stille leerling, op het ziekelijke af verlegen. Veel herinner ik me niet van die tijd, behalve een permanent sluimerende schaamte, die onvermijdelijk opspeelde wanneer de juffrouw mij aanwees.

“Thomas, kan jij even naar voren komen en voordoen hoe je die zin schrijft?”

Ik kon het wel, maar durfde niet. Secondelang zat ik als verlamd in mijn stoel. Nu ik eraan terugdenk stel ik me voor dat ik onophoudelijk zweette, al is dat fysiek gezien uitgesloten. De juffrouw vestigde vervolgens, heel plotseling en na een ontmoedigend lange stilte, de aandacht op de ‘prachtige zebra’ op mijn T-shirt, en mijn ongemak werd onmiddellijk verdreven door trots, hoewel mijn kinderbrein er niets van begreep. En het vooral een alarmerende vorm van vergeetachtigheid vond: de juffrouw wilde net nog dat ik ging schrijven, waarom dan ineens die lof over kleding, waarom werd ik niet gestraft voor mijn stilte en liet ze me er gewoon mee wegkomen?

Ik moet haar nog eens bedanken.

Een paar dingen heb ik moeten leren. Schrijven, om te beginnen

Na het schrijven met de hand kwam het typen, dat ging beduidend makkelijker. Eerst op het toetsenbord van mijn moeder, op onze huiscomputer met internet dat per minuut werd afgerekend. Toen zowaar via mijn eigen scherm, mijn favoriete plek van het hele huis. Ik voerde oneindige chatgesprekken met mijn middelbareschoolliefde, ik schreef hiphoprecensies die niemand las en die later een uitstekende schrijfoefening bleken te zijn, ik voelde gaandeweg steeds meer drang zelf iets te verzinnen. En toen kwam het schrijven van fictie, zomaar ineens, ik begon ermee toen we in de zesde klas, vlak voor het eindexamen, verplicht een verhaal moesten schrijven. Als me was gevraagd om iets klassikaal voor te dragen, had ik het ongetwijfeld niet gedurfd, was ik weer roerloos blijven zitten, maar doordat niemand meekeek en ik het in zelfgekozen isolement mocht doen, durfde ik het te proberen.

Dat is nog iets wat ik leerde: het geluk van de afzondering.

En toen kwam het schrijven van fictie, zomaar ineens

Mijn schaamte heb ik de afgelopen decennia niet zozeer overwonnen, ik weet alleen steeds beter hoe ik ermee moet omgaan. Of er bij nood een grap van kan maken.

En nog een les: ik merkte zowaar dat ik behendiger ging schrijven. Tenminste, als ik na maanden eigen passages herlas zag ik meteen allerlei mogelijke aanpassingen en inkortingen voor me. Het valt allerminst uit te sluiten dat ik dit stuk over een aantal jaar teruglees en dan eveneens de helft wil omgooien. Voor mijn eigen gemoedsrust zie ik dat niet louter als smaakverandering maar ook als persoonlijke groei.

Mijn verhaal werd overigens beoordeeld met het hoogste cijfer van de klas, tot mijn verbazing en ook schrik. Tegen wie het maar horen wilde bagatelliseerde ik zowel mijn schrijven als mijn cijfer, ik zei dat deze docente nergens verstand van had, maar toch: als ik een onvoldoende had gekregen, had het vermoedelijk jaren geduurd voor ik iets nieuws had geschreven, dan was hoe dan ook niet al een jaar later uit dat ene verhaal mijn eerste novelle voortgekomen die zowaar mijn debuut werd.

Ook haar moet ik eens bedanken.

Het valt allerminst uit te sluiten dat ik dit stuk over een aantal jaar teruglees en dan de helft wil omgooien

Er volgde nog een heuse prijsuitreiking in de aula, wat goed aansloot bij hoe belangrijk de school zichzelf en zijn eigen initiatieven vond. Per klas werd er één afgevaardigde gestuurd, maar ik kwam niet opdagen. Een daad die ik tegenover vrienden probeerde te presenteren als rebels, al was het vooral een kwestie van kansberekening: ik wilde niet gegeneerd toekijken hoe een irritant belezen en tamelijk pedante jongen uit een parallelklas zou winnen, het oogappeltje van de hele sectie Nederlands, de jongen die voor zijn verhaal nota bene als enige een tien had gekregen. Dus zat ik thuis achter mijn computer toen hij inderdaad won. (Ik moet hem eens opzoeken op Facebook, schrijft hij nog? Leeft hij nog? Zit er een verhaal of een anekdote in?)

Nog steeds word ik weleens uitgenodigd voor dergelijke evenementen. Voorleesavonden, presentaties, prijsuitreikingen, literaire discussies. Soms gewoon als lezer of als semibetrokken buitenstaander, soms als onderdeel van het programma. Maar wat mijn rol ook is, nooit verdwijnt mijn verlangen om een stap naar achter te doen helemaal. Om mijn wereld te beperken tot een scherm waarover ik de controle heb, om vanuit de veilige verte te registreren dat anderen zich in wezen niet anders gedragen dan de leerlingen die gezamenlijk een aula vullen omdat ze het idee krijgen dat daar iets gebeurt.

Nooit verdwijnt mijn verlangen om mijn wereld te beperken tot een scherm waarover ik de controle heb

Dit is misschien wel het voornaamste wat ik de afgelopen jaren heb geleerd: anderen doen ook maar wat. Doorgaans gedreven door een warrige combinatie van willekeur, gewoonte, intuïtie, ijdelheid, achterdocht en succeszucht. Of ik daar wezenlijk van verschil betwijfel ik, maar dergelijke conclusies laat ik graag aan derden over. Vanaf deze plaats zal ik, op mijn beurt, maandelijks verslag doen van mijn belevenissen in de wereld die met schrijven gepaard gaan. Of, zoals een uitgever me enkele winters geleden zei, toen hij me vroeg of ik mogelijk een dagboek wilde bijhouden voor zijn fonds: “Als je om je heen kijkt op een borrel is er altijd iets interessants te beleven. Al is het maar om één simpele reden: er zit geen normaal mens tussen.”

Ik was het met hem eens, ik ben dat nog steeds. Desondanks heb ik zijn verzoek vriendelijk geweigerd. Misschien doe ik het ooit, eens. Misschien volstaat deze column. Toen ik de uitgever overigens laatst weer tegenkwam, op zo’n borrel, zag ik hem grijnzend iemand omhelzen die daar zo te zien niet op voorbereid was. Ik keek hem lang aan, maar hij herkende me niet meer, wat ik eigenlijk wel voor hem vond pleiten en wat me hoe dan ook beviel. Ik kon in stilte verder lopen.

Vanaf de zijlijn

Eikel

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische betaling. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be