Publicaties
1969, het jaar waarin de Belgische muziekfestivals groot werden
0 Reacties
Festival Actuel, Amougies, 1969
Festival Actuel, Amougies, 1969 Festival Actuel, Amougies, 1969
kunst

1969, het jaar waarin de Belgische muziekfestivals groot werden

Precies vijftig jaar geleden werd in het Amerikaanse dorpje Bethel muziekgeschiedenis geschreven met het legendarische Woodstock-festival. 1969 is ook het jaar waarin muziekfestivals in België voor het eerst groots worden aangepakt. Geert De Vriese en Frank Van Laeken reconstrueren die beginjaren met verve in hun boek Woodstock in België. De eerste festivals.

Het is niet bekend of de Belgische charmezanger Eddy uit Kluisbergen ooit in Glendale, Californië is geweest. Bewijzen bestaan er niet van, tenzij Eddy een aandenken aan de muur van zijn tot mancave vertimmerde schuurtje zou hebben gehangen. Dat de Amerikaanse muzikant Don Van Vliet uit Glendale, California op een goeie dag in Kluisbergen is geweest, is wel met zekerheid vast te stellen: daar zijn online beelden van te vinden, en nu staat het hoe en waarom met aanstekelijk enthousiasme beschreven in het boek Woodstock in België. De eerste festivals.

Daarbij dient evenwel opgemerkt dat het niet om Kluisbergen zelf, maar om de deelgemeente Amougies ging, een onooglijk lapje Henegouwen van enkele vierkante kilometers waar vandaag ongeveer 1.000 mensen wonen, en dat Don Van Vliet dat lapje op dinsdag 28 oktober 1969 bezocht heeft onder zijn artiestennaam Captain Beefheart. Ook Eddy uit Kluisbergen is wellicht een pseudoniem.

De ondertitel van Woodstock in België. De eerste festivals is enigszins misleidend. De wortels van de Belgische festivaltraditie, die met Rock Werchter (voorheen Torhout/Werchter), Pukkelpop en Tomorrowland minstens drie festivals van wereldfaam heeft voortgebracht, liggen immers dieper dan het jaar 1969, waarover dit boek in hoofdzaak handelt. In Comblain-la-Tour werd bijvoorbeeld al sinds 1959 in openlucht aan jazz gedaan. In 1961 waren er 30.000 bezoekers, die op de toegangswegen een twintig kilometer lange file vormden en ter plekke 5.000 hotdogs verorberden en 15.000 liter bier dronken. Dan heb je een festival, en met – tussen ’59 en ’66 - namen als Nina Simone, Ray Charles, Cannonball Adderley, Chet Baker en John Coltrane op de affiche krijg je zelfs meer: de ‘moeder aller Europese festivals’. Comblain-la-Tour kreeg onder andere navolging van Jazz Bilzen, terwijl er vanaf de vroege sixties in onder anderen Ciney, Hoei en Châtelet pogingen werden ondernomen om pop en rock op één podium te krijgen – pogingen die in het inleidende hoofdstuk van dit boek met een mix van meewarigheid en ontzag worden aangeraakt, alvorens het jaar 1969 wordt aangesneden.

Dat het laatste jaar van de sixties ondanks alles een breekpunt vormt, is in de eerste plaats te danken aan de schaalvergroting en opgedreven frequentie van de festivals (laten we dat het logistieke argument noemen) en in de tweede plaats aan de programmatie: rockmuziek begint de bovenhand te halen en hoeft niet langer in de schaduw te staan van jazz of, erger nog, de bühne te delen met charmezangers als Jimmy Frey of Udo Jürgens.

De Belgische festivals bestonden dus al, maar ze mochten nu ook met recht en reden het prefix ‘rock-’ gaan gebruiken.

De zesde editie van Parapluie des Vedettes, op 21 en 22 juni 1969 in Hoei, biedt nog de mix van genres die de voorgaande jaren kenmerkten. Nicole staat er zonder Hugo naast Ferre Grignard, Liliane Saint-Pierre houdt zich ergens op in de schaduw van Demis Roussos van de progressieve Griekse rockgroep Aphrodite’s Child.

Het steeds luider morrende jonge volkje (“Ze doen net alsof we allemaal K.A.J.-meisjes zijn!”) kan datzelfde weekend echter zijn hart ophalen aan het 1st International Pop Event, dat in de Arenahal van Deurne uitsluitend jonge, hippe, compromisloze beatmuziek programmeert. Er is progressieve rock met Colosseum, Yes en The Nice (de eerste band van Keith Emerson van Emerson, Lake & Palmer) en blues met Fleetwood Mac, dat in Deurne voor de allerlaatste keer met oprichter Peter Green optreedt. De Belgen op het podium zijn Jess & James, Davy Jr. & Guess Who?, Wallace Collection en The Pebbles, waarbij vooral die laatsten indruk maken. Drijvende kracht in Deurne was hun manager Louis de Vries, die als gangmaker van alles wat zichzelf uit de Vlaamse klei probeerde te trekken alomtegenwoordig is in Woodstock in België.

De auteurs schetsen met (hit)lijstjes, kaderstukken, krantenartikelen en een heus eigen, fictief tijdschrift een ruimer beeld van de jongerencultuur in 1969, waardoor hun boek als tijdsdocument nog aan waarde wint. De reacties van de man in de straat op al dat nieuwe geweld, die door de oubollige BRT gretig worden geregistreerd, zijn daarbij net zo interessant als de schizofrene mix van artiesten – van Marc Dex tot Donovan - die in Vlaanderen de top 10 bevolkten.

Een andere jonge hemelbestormer annex sleutelfiguur die uitgebreid aan het woord komt, is Guy Mortier. Hij was begin 1969 hoofdredacteur van Humo geworden en duwde het blad eerst zachtjes en daarna alsmaar harder in een nieuwe mal, met humor, scherpte, zwierig geschreven stukken én rockmuziek als voornaamste kenmerken. De 25-jarige Mortier gaat zich ook bemoeien met de programmatie van Jazz Bilzen, waarvan Humo de hoofdsponsor is.

Het festival verwelkomt in 1969 onder anderen Shocking Blue, Deep Purple, Soft Machine, Humble Pie en de Moody Blues en lijkt inderdaad een miniatuurversie van het een week eerder georganiseerde Woodstock. De regen maakt een modderpoel van het terrein, waarna de toeschouwers ergens in de loop van het weekend gratis worden toegelaten. Ook de krakkemikkige organisatie, met urenlange soundchecks en hopeloos achterhaalde uurroosters, lijkt afgekeken. Gelukkig wonen de mensen in Vlaanderen net iets dichter bij elkaar dan in de States: “Op een bepaald moment was er zelfs een probleem met de generators en toen moesten ze met een heel lang verlengsnoer naar de buren lopen om die daar in het stopcontact te steken.”

Op vrijdag worden er volgens Humo 9.234 toeschouwers geteld, op zaterdag 13.054. Maar wie houdt het nog bij als de mensen eenmaal gratis binnen mogen? Het verslag van het weekend op jazzbilzen.be geeft een prachtig beeld van het Vlaanderen anno 1969: “De editie krijgt nog een wrange nasmaak wanneer de politiecommissaris van Bilzen natrapt in de pers: ‘Ongegeneerde gedragingen in het openbaar’, ‘dronkenschap van minderjarigen’, ‘kinderen zonder toezicht’, ‘druggebruik’, ‘de zedelijke bescherming van de jeugd is er onbestaande’ (…) Alleen de plaatselijke middenstand is laaiend enthousiast: frituren en cafés zitten van ’s morgens tot ’s avonds stampvol.” Een typisch geval van katholiek lullen, liberaal bijvullen.

Een rode draad door Woodstock in België is het wedervaren van de piepkleine belpopscene die het land in 1969 rijk was, hun onderlinge competitie en de hunkering naar internationale erkenning. Zowel ’Daydream’ van de Wallace Collection als ’Seven Horses in the Sky van The Pebbles’ verscheen dat jaar, en beide groepen tekenden net als New Inspiration en Jess & James zowat overal present.

Een andere rode draad is de zoektocht van twee mannen naar een geschikt terrein voor hun Festival Actuel, dat het allerbeste uit de rock- en freejazzwereld op één podium moet verenigen. In Parijs vangen ze bot. Doornik lijkt even te lukken, tot de publieke opinie zich tegen het plaatselijke schepencollege keert. Kortrijk: eerst ja, dan toch maar nee. Op vrijdag 17 oktober komt er eindelijk witte rook uit de schoorsteen van “Charles De Cock, een vierenzestigjarige boer uit Amougies, een dorp met 947 inwoners aan de voet van de Kluisberg, niet ver van Ronse — Amengijs voor de flaminganten.”

MC Frank Zappa

De twee mannen zijn rockjournalist Jean-Noël Coghe en platenbaas Jean Georgakarakos. Omdat namen en datum van hun festival al vastliggen hebben ze na toezegging van boer De Cock om zijn land te gebruiken nog welgeteld één week om alles in de mate van het mogelijke op poten te zetten, maar het lukt. Tussen 24 en 28 oktober komen naar schatting 80.000 mensen af op een affiche die vandaag de dag doet duizelen, met onder anderen Ten Years After, Pink Floyd, Soft Machine en The Pretty Things aan de rockzijde, en Pharoah Sanders en Don Cherry aan de jazzkant. En helemaal in hun eigen kamp: Captain Beefheart & His Magic Band, die hun korte set vulden met de toen vier maanden oude mijlpaal Trout Mask Replica. De producer van die plaat treedt in Amougies op als master of ceremonies – “omdat ze me hadden gevraagd”: Frank Zappa. Hij waagt zich dat weekend aan verschillende jamsessies en speelt met de jonge Pink Floyd een versie van hun ’Interstellar Overdrive’ die vandaag de dag gewoon op YouTube staat.

Als één festival het predicaat ‘Woodstock van België’ verdient, dan vond het in oktober 1969 plaats in Amougies. De vijfdaagse aan de voet van de Kluisberg verdient eigenlijk een boek voor zich alleen. Woodstock in België. De eerste festivals schetst, met honderd namen en evenementen die doen watertanden, intussen vooral de eerste boom van de jongerencultuur in België, een land dat in ’69 op veel plaatsen de fifties nauwelijks ontgroeid was.

Geert De Vriese & Frank Van Laeken, Woodstock in België. De eerste festivals, Houtekiet, Antwerpen, 2019.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische betaling. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be